History of Goblins
Je bent hier: History of RuneScape > History of Goblins
De oorsprong van de Goblins
 
De wezens van het goblin ras ontwikkelden zich in een wereld apart van RuneScape, samen met orks, ogers en vergelijkbare wezens. Deze eerste goblins waren jager-verzamelaars en gebruikten stenen gereedschappen en leefden in kleine dorpjes ten midden van moerassen. Ze leefden niet zonder conflict, maar georganiseerde oorlogsvoering moest nog worden uitgevonden.
 
Dat veranderde toen de god Bandos in hun wereld arriveerde en de inwoners dwong hem te aanbidden en monumenten te bouwen om hem te verheerlijken. Hij leerde hen landbouw, metaalbewerking – en oorlog.
 
Goblins in de Oorlogen van de Goden.

 

 

 

Tijdens het Tweede Tijdperk van RuneScape brachten veel goden hun eigen rassen van andere werelden, die ze hadden onderworpen, naar RuneScape. Bandos was geen uitzondering. Alle goblins, hobgoblins, orks en ogers van RuneScape stammen af van de wezens die Bandos meebracht in het Tweede Tijdperk van RuneScape.
 
Aan het einde van het tijdperk voelde Bandos al aan dat er een oorlog op komst was, dus organiseerde hij alle rassen die hem onderdanig waren tot één vast leger. Hij deelde de goblins in in twaalf stammen, of regimenten, elk aangevoerd door een generaal die rapport aan Bandos gaf. Hij verkocht twee van de stammen aan andere goden in ruil voor magische kracht, maar hield de rest voor zichzelf.
 
Bandos’ rassen hadden allemaal verschillende rollen in zijn leger en de oorlog god zorgde ervoor dat ze hun taak perfect deden. Orks waren de zware infanterie, goed getraind en zwaar bewapend en ze vormden de ruggengraat van het leger. Ogers waren levende oorlog machines, geschikt voor het neerslaan van stadsmuren of vijandelijke soldaten. Hobgoblins waren taai en heel mobiel, geschikt voor guerrilla achter de vijandelijke linies. Goblins zaten op de onderste sport, lichte voetsoldaten, de zwakste en de slechtst bewapende van alle onderdanen van Bandos. Ze werden gebruikt als scouts en speerwerpers en werden in de strijd gestuurd in grote getalen om de vijand wat te verzwakken voordat de ork infanterie de strijd in kwamen.
 

 

 

Bandos ontwikkelde de goblin gemeenschap op grond van hun rol die ze moesten vervullen in zijn leger. Hun hele cultuur was er een van oorlog: hun leiders waren generaals, hun dorpen waren legerkampen, en er bestond niet zoiets als een goblin burger. Vrouwelijke goblins marcheerde samen met de mannelijke naar het slagveld en, net zoals vandaag de dag, was het moeilijk voor buitenstaanders om ze apart te houden. Kinderen werden door openbare verzorgsters opgevoed zodat hun ouders niet te veel tijd buiten het slagveld hoefden te besteden. Bandos’ religie domineerde elk stukje van de levens van de goblins – moed en blinde gehoorzaamheid waren te hoogste doelstellingen; individualisme en intelligentie werden beschouwd als verraderlijk. Deze religieuze overgave – samen met de grote angst voor de grotere onderdanen van Bandos – betekende dat de goblins keer op keer de strijd in zouden marcheren zonder aarzeling. 
 
De toewijding van de goblins aan Bandos was echter niet oneindig. Aan het einde van de Oorlog van de Goden, beviel Bandos de hele Dorgeshuun stam een veel sterkere vijand aan te vallen. De leider van de stam, Generaal Bloodfist, besliste dat hij liever zijn god ongehoorzaam was, dan dat zijn stam zou worden vernietigd.
 
Vlakbij wat nu Lumbridge wordt genoemd, was een grote spleet in de grond, geopend door de gigantische krachten die vrijkwamen in het conflict tussen de goden. Bloodfist beviel de stam om de spleet in te gaan en zich te verstoppen in het gangenstelsel. Bloodfist stierf echter, voordat hij zich bij de anderen kon voegen. De Dorgeshuun legende zegt, dat hij aan de ingang van de spleet stond en zijn opstandigheid tegenover Bandos uitschreeuwde. Bandos schoot een goddelijk projectiel op hem af, en de kracht daarvan sloot de grotten waarin ze waren afgedaald, waardoor de Dorgeshuun waren opgesloten.
 
Luitenant Strongaxe, bevelhebber onder Bloodfist, nam de leiding over de Dorgeshuun en leidde hen dieper de grotten in. Ze sloegen hun kamp op in een grote grot. Ze breidde de grot uit en hakten hun huizen uit de muren en bouwden de stad Dorgesh-Kaan, en met verloop van tijd veranderden ze in moderne grot goblins.
 
In eerste instantie waren de Dorgeshuun net zo militair ingesteld als dat ze dat bovengronds waren geweest, en de stad werd geregeerd door een lijn van generaals die elkaar telkens opvolgden. Een van de generaals stelde een raad van oudere burgers aan, maar deze waren enkel bedoeld als adviseurs. Zonder vijanden om tegen te vechten, werd het echter duidelijk dat een militaire generaal niet de ideale leider was.
 
De Dorgeshuun Burger Oorlog
 
Na verloop van tijd begonnen de burgers genoeg te krijgen van de militaire hiërarchie, en ze geloofden de raadsvergadering de totale macht moest hebben. Ze hielden een stemming die duidelijk liet zien dan de burgers een republiek wilde, maar de laatste generaal, Bonehelm, weigerde om zijn macht op te geven. Ten slotte marcheerde een groep burgers op naar het paleis van de generaal. De generaal gebood zijn soldaten de groep aan te vallen, en zo begon de Dorgeshuun Burger Oorlog. De groep van de Republikeinen was groter, maar de meeste getrainde soldaten waren trouw aan de generaal, en deze groep beheersten de laatste stukken van de magische wapens die de stam had meegenomen van de buitenwereld. Na een bloedige strijd in Dorgesh-Kaan, werd generaal Bonehelm uit de stad verdreven en zette hij zijn basis op in een grot vlakbij.
 
Generaal Bonehelm was uiteindelijk niet compleet verslagen door de rebellen, maar door de slechte kennis van het bouwen van zijn leger. Al zijn tunnels hadden de rots rond zijn basis verzwakt, waardoor het in elkaar stortte en hem samen met heel zijn leger begroef. De enkele overlevenden van zijn leger gaven zich over, en de raadsvergadering begon de reparatie van de stad te coördineren. Vanaf dat moment werden de Dorgeshuun goblins geregeerd door de raadsvergadering en zijn er geen grote conflicten meer geweest.
 

Bovengrondse goblins in het Vierde Tijdperk.


 

 

Aan het einde van de Oorlogen van de Goden verbande Guthix de andere goden van RuneScape. Voor de rassen die onderdanig waren aan Bandos, pakte dit niet zo goed uit. Omdat er geen vijanden meer waren om tegen te vechten, en geen god meer was die ze commando’s gaf, gingen ze elkaar maar bevechten.
 
De strijd om territorium en voorzieningen leidde tot een generatie lange oorlog tussen goblins en ogers, die eindigde in een poging van de ogers om alle goblins aan de kant te vegen. De goblin stammen leefden samen met de ogers in de Feldip Heuvels, maar de oorlog joeg hen noord, naar het land dat nu bekend staat als Kandarin, waar ze weer in conflict kwamen met de gnomen. De goblins en de gnomen vochten voor de heerschappij over het land, maar de gnomen toverden denkbeeldige tortoises, gigantische wezens die op schildpadden leken, die de goblins bang maakten. De goblins werden gedwongen verder naar het noorden de emigreren, zich vestigend waar ze maar konden.
 
Terwijl het Vierde Tijdperk voortduurde, begonnen de mensen en de gnomen grote ommuurde steden te bouwen, wat het zeer moeilijk maakte voor de goblins om voorraden te roven. Door gebrek aan voorzieningen en zonder thuisland vervielen de goblins tot oorlogsvoering tussen hun eigen stammen.
 
De Slag van het Veld van Modder
 
De goblin oorlog resulteerde in een oorlog waarbij alle overlevende stammen waren in verwikkeld. Het regende enkele dagen heel hard, en de goblin voeten ploegden de grond om en veranderde het veld in een moeras, wat de slag een naam gaf: het Veld van Modder. Grote aantallen goblins werden gedood, en het leek voor de hand liggend dat dit ras zou worden vernietigd.
 
De veldslag eindigde tot een goblin voetsoldaat, genaamd Hopespear, aankondigde dat de Grote Hoge Oorlog God, Bandos, tot hem had gesproken in een droom. De Grote Hoge Oorlog God beviel de goblins te stoppen met tegen elkaar te vechten en de komst van de Gekozen Aanvoerder af te wachten, die op een dag zou komen en de goblins naar de overwinning over de hele wereld zou lijden. De stammen generaals geloofden Hopespear and gingen akkoord met een wapenstilstand.
 
De goblins bouwden een tempel op de plaats van de veldslag en Hopespear’s ideeën werden de basis van de moderne goblin religie.
 
Bovengrondse goblins tegenwoordig

 


 

 

Sinds de Slag van het Veld van Modder, is het aantal goblins licht toegenomen en zijn ze verspreid over heel RuneScape. Er zijn er niet zoveel als tijdens de Oorlog van de Goden, maar ze worden niet meer met uitsterven bedreigt.
 
De identiteiten van de goblin stammen zijn niet zo duidelijk als ze eens waren. De stammen hebben zich met elkaar vermengd en, ook al zijn de oude stam symbolen nog op de goblin vlaggen te zijn, slechts enkele goblins rekenen zich tot een specifieke stam. Goblins baseren hun gemeenschap nog steeds op militaire gronden, de leiders van dorpjes worden nog steeds generaals genoemd. De dingen die Bandos ze geleerd had, staan nog steeds centraal in hun cultuur: moed en blinde gehoorzaamheid worden benadrukt, en een individu wordt nog steeds met wantrouwen bekeken. De enkele goblins die kunnen lezen dragen vaak een kopie van het Boek van de Hoge Oorlog God bij zich, een samenstelling van oude dingen waar de goblins in geloofden en de profetie van Hopespear. De meer toegewijde goblins maken soms nog een pelgrimstocht naar de tempel op het Veld van Modder, waar de Hoge Priester leeft, de geestelijke leider van de goblins.
 
De namen van goblins zijn bijna altijd afgeleid van een lichaamsdeel of een wapen. Een teken van hun lage zelf-achting zijn de namen die verandert zijn van de heldhaftige en strijdlustige van het Derde en Vierde Tijdperk (Bloodfist, Hopespear) tot de huidige (Wartface, Bentnoze). Goblins worden verdeelt door de manieren waarop ze zichzelf bekijken. Aan de ene kant zijn ze fervente gelovers van het feit dat ze de uitverkorenen van Bandos zijn en de grootste krijgers in RuneScape, en de weggestopte waarheid van ze echt de laagste van de rassen zijn in RuneScape, buiten de beschaving levend en geen gevaar vormend voor ervaren krijgers. Ze gaan hier op een echte traditionele goblin manier mee om, daar er nooit over na te denken.
 
De dorgeshuun tegenwoordig

 

 

Door de eeuwen zijn de Dorgeshuun zowel cultureel als lichamelijk verandert van hun neven in de buitenlucht, en ze zijn nu vreedzaam en beschaafd. Ze zijn ook voornamelijk erg schuchter en snel in paniek als het om iets onbekends gaat. De waarderen het leren en artistieke uitingen, en vermijden geweld in alle soorten. De enige Dorgeshuun die wapens dragen in de stad zijn de Stads Wachters – meer een politie dan een leger – en zelfs die worden met wantrouwen en afkeer bekeken door de meerderheid.
 
De Dorgeshuun Raad bestaat uit zeven gekozen raadsleden, die de titel ‘Ur-‘ voor hun naam krijgen als een teken van waardigheid. De raad is over het algemeen conservatief en voorzichtig, en kan veel tijd besteden aan het nemen van beslissingen. Dit heeft goed gewerkt voor de stad ten tijde van de jarelange isolatie, maar de raad heeft veel moeite met alle snelle gebeurtenissen die zijn voorgevallen sinds de stad weer in contact is gekomen met de oppervlakte.
 
De Dorgeshuun zien de goden als boemannen en demonen, personificaties van alles dat slecht is. Ze maken geen onderscheid tussen de verschillende goden; ze zijn allemaal net zo slecht als de andere; en ze willen niks met ze te maken hebben. Voordat de stad contact maakte met de oppervlakte, werd er niks verteld over het bestaan van de oppervlakte of van de goden tegen de goblin kinderen.