Deze humoristische tekst dateert van een aantal jaar geleden, toen de gnomen en de mensen uit Misthalin voor het eerst begonnen de communiceren. Voor de dagen van de gnoompiloten en de gnoomambassadeurs, die de gnoomse cultuur over de landen van Runescape hebben verspreid, hadden we weinig te maken met dit raadselachtige ras, waarvan hun humor ons vreemd was.
Te beoordelen aan deze tekst, is het een kleine verrassing dat het zo lang duurde om goede relaties te starten met dit vriendelijke ras.
-Reldo
Voordat de Grote Boom er was, waren de gnomen aan het plannen om naast de mensen te gaan wonen. Als je ver genoeg teruggaat in de mensheid, zal je zien dat deze 2 rassen een soortgelijke stamboom hebben. Maar vertel dat niet aan sommige mensen – ze zijn een beetje snel geïrriteerd als het gaat over overeenkomsten met hun lengte-verschillende landgenoten.
De gnomen, op hun beurt, zijn weer geïrriteerd over deze irritaties.
‘Ze vinden ons gewoon niet aardig, omdat ze denken dat we klein zijn,’ zei een gnome toen hem ernaar gevraagd werd. ‘Wat echter nog fout is ook, want we zijn helemaal niet klein. Zij zijn gewoon groot.’
Gnomen zijn altijd gevoelig geweest, als het gaat om hun hoogte – of hun gebrek daaraan – en sommigen zeggen dat hun beroemde gevoel voor humor eigenlijk een mechanisme ter verdediging is, ontstaan uit onveiligheid.
We vroegen Dr. Darius Gnomalus, Hoofd Psychologie aan het Gnoom-instituut van Kennis hierover. Hij protesteerde hier heftig tegen.
‘Denkt u dat ik mijn tekort aan lengte moet verdedigen met goedkope gag’s? U bent zo gek als een kokosnoot. Wij, gnomen, kunnen erg serieuze individuen zijn, moet u weten.’
Het was op dit moment dat Dr. Darius’hoofd explodeerde, en naar alle kanten kleine stukjes gnoom liet vliegen. Ik deinsde terug van afschrikwekking, me afvragend hoe zoiets verschrikkelijks had kunnen gebeuren. Echter, toen ontdekte ik dat dit niet de echte Dr. Darius was maar een namaak-model. De beste Doctor verscheen vanachter een grote plantpot, stuiptrekkend van de lach.
‘Het spijt me, maar je had jouw gezicht moeten zien. Absoluut onbetaalbaar. En ik ben een goede buikspreker, nietwaar? Jullie grote wezens zijn zo makkelijk voor de gek te houden. Mischien is de lucht wel te dun daarboven, niet genoeg oxyden voor de hersenen, waarschijnlijk.’
Op dit punt eindigde ik het interview.
Pas toen ik met afkeer naar buiten storme raakte het me ineens. Mischien was het probleem neit de gnomen maar de mensen. Tenslotte nemen we onszelf erg serieus. Mischien is het tijd om de humor terug te stoppen in de mensen.
Ik besloot licht te werpen op de toestand. Ik nam me voor om een taart te kopen, en in het gezicht te gooien van de volgende gnoom die ik ontmoette. – alleen maar om te laten zien dat wij, grote wezens, ook lol konden hebben.
Ik zou een nieuwe era maken van mens-gnoom relaties door een ambassadeur te zijn van total onnozelheid en humor.
Dit is wat ik precies deed. Mij bewapenend met de meest vla-achtige vlaai die beschikbaar was, begaf ik mij naar de Grote Boom. Aan de voet stond een nogal grappig-uitziende gnoom, die duidelijk met zijn eigen zaken bezig was.
Mijn doel gevonden hebbend, liet ik de vlaai door de lucht vliegen, en bedekte ik de gnoom onder een dikke laag smurrie. Ik barstte in lachen uit, maar de gnoom bleef akelig stil. Ik kon het beter even uitleggen.
“Het spijt me, vriend, ik had alleen een beetje lol. Wat is eigenlijk je naam? ‘
‘Glough,’ antwoordde de gnoom ernstig. ‘Mijn naam is Glough’